Besoijen & Gent

Gepubliceerd op 2 november 2026 om 18:53

van Rotterdam naar Besoijen

Joris was dus nét terug uit het Rijksopvoedinsgesticht te Avereest en ging weer bij zijn moeder en stiefvader wonen, op de gezinskaart van Rotterdam zien we dat hij daarna verhuisd is naar Besoijen op 25 februari 1913. 

Besoijen? Deze plaats was vroeger een zelfstandige gemeente in Noord-Brabant. Tegenwoordig maakt het deel uit van de gemeente Waalwijk. Uiteindelijk vinden we hierover meerdere inschrijvingen / uitschrijvingen in het streekarchief van Langstraat Heusden Altena

Op 1 van de inschrijvingen is te zien dat hij inwonend is bij D. van Vuuren en Schoenmaker van beroep is. 

Uiteraard gaan we ook dít weer even verder uitzoeken. Uiteindelijk kom ik een D. van Vuuren (Dirk) tegen wonende in Besooijen, op wederom de vermelding "A 131" als huizing. Ook Dirk, is schoenmaker van beroep. 
Wat opzich dan zou kunnen betekenen dat Joris in Besooijen was voor werk en tijdelijk inwoonde bij Dirk. 

En van hier aan komen we uit op wat giswerk, omdat het niet hard te bewijzen is dat het klopt, maar qua jaartallen en informatie wel erg voor de hand lijkt te liggen.

Joris is opgeleid tot Schoenmaker door het Rijksopvoedingsgesticht en gezien hij maar voor een paar maanden naar Besoijen is verhuisd, lijkt het er sterk op dat hij dit zoals zojuist al vermoed, gedaan heeft voor zijn werk.

De vermelding op de gezinskaart van Rotterdam verwijst naar straat A. 131a in Besoijen. De enige D. van Vuuren die rond die periode in de bevolkingsregisters staat, woonde ook op A. 131a én was Schoenmaker van beroep.

Qua bedrijf is het niet te achterhalen, wat wel sterk naar boven komt, is dat de Stoomschoenfabriek van Jos Groenen in 1913 een reorganisatie/ modernisering door ging. Wat kan betekenen dat Joris wellicht naar Besoijen kwam om hiermee te helpen.

van Rotterdam naar Gent

Joris verhuisd 28 januari 1914 weer terug naar zijn moeder en stiefvader in Rotterdam.

Maar ook dit was weer van korte duur, op 09 mei 1914 staat er op de gezinskaart, dat Joris ingeschreven werd in Gent, België, het adres wijst naar Hoogsh 49. Dit kan wijzen op Hoogstraat 49 te Gent

Op de Hoogstraat 49 was een groot herenhuis gevestid,

Uiteindelijk hebben we een mail gestuurd naar het archief van Gent om te vragen of zij inzicht hebben of er over Joris nog gegevens te vinden zijn in België. 

En na enige tijd wachten, kwam daar eindelijk het antwoord. In het archief van Brussel zou er een dossier aanwezig zijn van 9 documenten. Omdat het wat omslachtig was om alleen voor een bezoek aan het archief naar Brussel te rijden, waren ze bereid tegen een betaling de documenten in te scannen. 

Ondanks de 9 documenten en een beetje vertaalwerk hier en daar, hebben we inmiddels duidelijk waar dit dossier precies over gaat.

Zoals in een eerdere blog al omschreven, vraagt de Directeur-Generaal van Openbare Veiligheid in Brussel. De Nederlandse informatie werd via de Procureur-Generaal in Den Haag opgevraagd en doorgestuurd.

Pagina 1 gedateerd 19 maart 1914 en bevat de eerste registratie en achtergrondgegevens van Joris in België

Op 19 maart 1914 werd Joris van Beekum geregistreerd bij de vreemdelingenpolitie van Mont-Saint-Amand (Sint-Amandsberg), in de provincie Oost-Vlaanderen.

Op het formulier, met de titel Bulletin de Renseignements, werden zijn persoonsgegevens, nationaliteit, familiegegevens en eerdere woonplaats vastgelegd. Joris werd geregistreerd als Nederlander, geboren op 31 januari 1893 in Delft, en woonachtig aan de Rue Haute 49.

Ook zijn vader Pieter en moeder Sara van Yperen worden op het formulier genoemd. Bij zijn bestaansmiddelen werd zijn eigen arbeid vermeld.

Dit document vormt het eerste aanknopingspunt in de Belgische politiedocumenten over Joris. Enkele maanden later zouden de Belgische autoriteiten aanvullende informatie opvragen bij de Nederlandse politie over zijn achtergrond en eerdere verblijf in de rijksopvoedingsgestichten.

Pagina 2  De brief van de Rotterdamse politie Centraal Bureau van Politie – Rotterdam, 5 juni 1914

De brief is gericht aan de Procureur-Generaal bij het Gerechtshof in Den Haag.

De eerste alinea luidt:

Onder terugzending der mij bij Uw nevenvermeld schrijven in handen gestelde missive van den Directeur-Generaal der Openbare Veiligheid te Brussel dd. 28 Mei 1914, No. 1069480, heb ik de eer UEd.GrootAchtbare te berichten, dat mij is gerapporteerd:

De Rotterdamse politie begint met de persoonsgegevens:

Joris van Beekum (niet Georges Beekum) geboren 31 Januari 1893 te Delft, schoenmaker, zoon van Pieter van Beekum en Sara van Yperen, werd 27 Juli 1905 in de bevolkingsregisters alhier ingeschreven, komende van Delft.

Daarna volgt zijn woonhistorie, die we inmiddels kennen:

Datum Registratie 27 juli 1905, Ingeschreven vanuit Delft

8 maart 1910, Afgeschreven naar Alkmaar (Rijksopvoedingsgesticht)

19 februari 1913, Ingeschreven vanuit Avereest (Rijksopvoedingsgesticht)

25 februari 1913, Afgeschreven naar Besoijen A 131c

12 februari 1914, Opnieuw ingeschreven vanuit Besoijen

9 mei 1914, Afgeschreven naar Gent, België, Hoogstraat 49

 

Op pagina 3 staat de afsluiting van het rapport. Deze passage is belangrijker dan onze eerdere, verkorte vertaling doet vermoeden.

Het origineel luidt:

Na zijn terugkeer uit het Rijksopvoedingsgesticht is hier ter stede niets te zijnen nadeele meer kunnen blijken. Zijn naam komt verder niet voor in de politie-administratie en in de registers voor strafzaken ter Griffiën der Arr:Rechtbank en het Kantongerecht alhier.

Pagina 3 Het document is gedateerd Den Haag, 6 juni 1914 en draagt bovenaan hetzelfde Belgische dossiernummer: 1069480. 

Bij de brief van 6 juni 1914 werd een uitgebreid rapport van de Rotterdamse politie meegestuurd. Hierin werden de persoonsgegevens, de woonhistorie en de eerdere politiecontacten van Joris beschreven.

De Nederlandse autoriteiten vermeldden dat Joris in september 1909 meerdere malen met de politie in aanraking was gekomen wegens diefstal en verduistering. Op 19 oktober 1909 werd hij voor deze feiten ter beschikking gesteld van de regering, zonder toepassing van straf.

Maar het rapport bevatte ook een belangrijke aanvulling over de periode daarna. Na zijn terugkeer uit het Rijksopvoedingsgesticht was er in Rotterdam niets ongunstigs meer over hem bekend. Ook stonden er bij de Rotterdamse rechtbanken geen veroordelingen op zijn naam geregistreerd.

Deze informatie werd vervolgens aan de Belgische autoriteiten verstrekt, zodat zij een beeld konden vormen van de achtergrond van Joris van Beekum.

Pagina 4 een brief van het Parket van de Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, gedateerd 6 juni 1914.

Op 28 mei 1914 richtte de Belgische Directeur-Generaal van Openbare Veiligheid en Gevangenissen zich tot de Nederlandse autoriteiten met een verzoek om informatie over Joris van Beekum.

Het verzoek, met nummer 1069480, werd doorgestuurd naar de Nederlandse autoriteiten. Op 5 juni 1914 verstrekte de politie van Rotterdam de gevraagde informatie. Hierin werden zijn persoonsgegevens, eerdere woonplaatsen en de politiecontacten uit 1909 beschreven. Ook werd vermeld dat er na zijn terugkeer uit het Rijksopvoedingsgesticht geen nieuwe ongunstige gegevens over hem bekend waren.

Een dag later, op 6 juni 1914, stuurde de Procureur-Generaal bij het Gerechtshof in Den Haag de verzamelde informatie door naar de Directeur-Generaal van Openbare Veiligheid en Gevangenissen in Brussel.

Daarmee was de Belgische overheid op de hoogte van Joris' eerdere levensloop in Nederland.

Pagina 5 is een brief van 19 juni 1914

Vertaling van de brief

Afzender: Politiecommissaris van Mont-Saint-Amand (Sint-Amandsberg)
Ontvanger: De Minister van Justitie te Brussel
Onderwerp: Inlichtingen betreffende de vreemdeling Van Beekum Georges. 

De brief luidt:

Naar aanleiding van uw schrijven van de 15e dezer, en in aansluiting op de brief van de Directeur-Generaal, 2e afdeling Openbare Veiligheid, nummer 1069480, heb ik de eer u mee te delen dat het huidige gedrag van de vreemdeling Van Beekum Georges goed is. Hij woont in deze gemeente, Rue Haute 45, en bezoekt op zondag de mis. Hij leeft van de opbrengst van zijn werkzaamheden en verricht diensten als reiziger voor een handelaar in fotografische artikelen.

Ik heb goede nota genomen van de vertrouwelijke inlichtingen die u mij over deze vreemdeling hebt willen verstrekken.

Pagina 6 de brief van 15 juni 1914

Vertaling van de brief

Afzender: Ministerie van Justitie, 2e Algemene Directie, 2e afdeling (Openbare Veiligheid), Brussel.
Ontvanger: De politiecommissaris van Mont-Saint-Amand.

Het onderwerp is vertrouwelijk (Confidentielle).

De brief begint met een verwijzing naar een eerder schrijven van de politiecommissaris van 12 juni 1914, met nummer 7, register 20.

De geadresseerde is de politiecommissaris van Mont-Saint-Amand.

De hoofdtekst luidt:

Comme suite à votre bulletin du 12 Juin d° n° 7 reg. 20, je vous prie de me transmettre un rapport sur la conduite, les fréquentations et les ressources réelles d'un nommé Van Beekum (et non Beekum), Georges depuis qu'il séjourne en ma commune.

Vertaling:

Naar aanleiding van uw bulletin van 12 juni jongstleden, nummer 7, register 20, verzoek ik u mij een rapport te bezorgen over het gedrag, de omgang en de daadwerkelijke inkomsten van een zekere Georges Van Beekum (en niet Beekum), sinds hij in uw gemeente verblijft.

Daarna volgt een vertrouwelijke mededeling:

Je crois utile de vous faire connaître, à titre confidentiel, que cet étranger a été mis à la disposition du gouvernement Hollandais, le 14-10-1909, pour une série de vols, puis placé dans un établissement d'éducation à la suite d'une série de vols [...] du 14-2-1913.

Vertaling:

Ik acht het nuttig u vertrouwelijk mee te delen dat deze buitenlander op 14 oktober 1909 ter beschikking is gesteld van de Nederlandse regering wegens een reeks diefstallen en vervolgens, naar aanleiding van een reeks diefstallen, in een opvoedingsgesticht is geplaatst.

Pagina 7 is een formulier van de Vreemdelingen politievan Mont-Saint-Amand gedateerd 23 juni 1914 met als titel; 

Bulletin indiquant les étrangers au Royaume qui ont quitté la Commune.

Dat betekent: Overzicht van vreemdelingen in het Koninkrijk die de gemeente hebben verlaten.

 volgnummer; 1, naam; van Beekum Georges, geboren; 1893, geboorteplaats; Delft (Hollande), laatste woonplaats; Rue Haute 49, bestemming; Rotterdam (Hollande), reden van vertrek; Pour y continuer sa professio

De laatste Franse zin betekent: 'Om daar zijn beroep voort te zetten.'

En weer terug naar Rotterdam

Wat we inmiddels weten, is dat Joris na zijn verblijf in het Rijksopvoedingsgesticht in Avereest terugkeerde naar zijn familie in Rotterdam. Vervolgens vertrok hij naar Besoijen, waar hij mogelijk werk vond als schoenmaker. Begin 1914 keerde hij opnieuw terug naar Rotterdam, om enkele maanden later naar België te vertrekken.

In Gent en omgeving werkte hij als reiziger voor een handelaar in fotografische artikelen. Uit de Belgische politiedocumenten blijkt bovendien dat zijn gedrag daar als goed werd omschreven.

Bij zijn vertrek uit Mont-Saint-Amand gaf hij aan terug te willen keren naar Rotterdam. Of hij daar daadwerkelijk opnieuw is aangekomen, is vooralsnog niet bekend.

Maar ook dit bewijst maar weer dat het écht de moeite waard kan zijn om dieper in het leven van een voorouder te duiken. En wanneer documenten niet vrij inzichtelijk zijn, ze dan toch op te vragen. 
Want wát een informatie hebben we nú weer naar boven weten te halen!!

Maak jouw eigen website met JouwWeb